Een nieuwe opening, maar ook niet meer dan dat – voorlopig

De Amerikaanse burger had gisteren één alles overkoepelende opdracht: laten zien dat verkiezingen er toe doen. Laten zien dat een reactionaire, destructieve agenda, opgelegd door studeerkamerradicalen en uitgevoerd door haatdragende zeloten en zelfzuchtige techneuroten, niet wordt geaccepteerd. Dat een autoritair regime in Amerika geen kans krijgt. Dat het schofferen van vrienden en bondgenoten, en op gut feeling gebaseerde oorlogen, Amerika niet passen. En dat een president die liegt, bedriegt en zichzelf en zijn bende graaiers schaamteloos verrijkt, moet worden verworpen. Dat verkiezingen niet verdacht gemaakt kunnen worden en al helemaal niet gehandicapt door de zittende machten. 

De Founding Fathers van Amerika, de mannen die het land in elkaar zetten, zouden trots geweest zijn. Hun grondwet werd opgesteld met stevige twijfel over het volk, over ‘de grazende massa’s’ zoals een aantal van hen het noemden, maar datzelfde volk heeft nu hun handwerk gered. Hoe heel Amerikaans: het land viert zijn 250ste verjaardag door treurig uiteen te vallen en dan meteen zich hoopvol te herpakken.

Alles minder dan deze bluenami was onvoldoende geweest. Nu toont de hoge opkomst de betrokkenheid van de kiezers. Nu toont de uitslag dat als een partij zich uitlevert aan een populistische proleet, ze daarvoor wordt gestraft. De uitslagen zijn veelzeggend. Heel wat rood is blauw geworden, inclusief een flink aantal van de door de Republikeinen opportunistisch heringedeelde kiesdistricten. 

In Amerika loont het altijd om naar de kaart te kijken. Dat blauw en rood lijkt cliché, maar de kleurmarkering schept duidelijkheid. Het solide, aaneengesloten Diepe Zuiden lange tijd diep rood, laat nu blauwe tonen zien. Het Midden-Westen, waar de deïndustrialisering diepe economische en sociale wonden had geslagen, weet nu dat Republikeinse prietpraat ook geen soelaas biedt voor hun problemen. Kijk naar de kaart van het Huis van Afgevaardigden en je ziet een zelfde beeld.

Belangrijk en onderschat in deze verkiezingen: veel staten die jarenlang door Republikeinse gouverneurs werden bestuurd, soms met grote meerderheden in het staatscongres, krijgen nu een meer open bestuur. De Republikeinse kracht sinds het begin van deze eeuw was gebaseerd op een strategie van het winnen van staatsbesturen om vandaar uit het land op een conservatief pad te zetten, was buitengewoon succesvol tot hij vastliep in hun eigen dogmatisme. Texas, speeltuin van Republikeinse rauwdouwers, wordt Democratisch. Het regime van de abjecte Greg Abbott, schofferend en bruuskerend, is opzijgezet. Democraten kunnen aan de bak in Ohio, Iowa en Georgia. 

Er zijn verkiezingen en er zijn waterscheidings verkiezingen, met uitslagen die aangeven dat er in Amerika iets fundamenteels is veranderd. Deze blauwe tsunami, was er zo een. Wel met een serieuze kanttekening: de waterscheiding wordt pas een feit als hij in 2028 wordt bevestigd door de keuze voor een president die het land weer samenhang kan geven. 

Die presidentsverkiezingen zijn vandaag begonnen. Dit is niet de plek om de mogelijke kandidaten de revue te laten passeren, relevanter is op een rijtje te zetten wat er moet gebeuren. De eerste stap in dat proces was deze boodschap van de kiezers dat het anders moet. Als de Democraten verstandig zijn nemen ze ook de boodschap mee van 2024 (en 2016) dat de kiezers geen opgelegd pandoer willen op basis van identiteit of ideologische of maatschappelijke keurigheid. En vooral geen bejaarden meer. 

De volgende uitdaging is een visie te laten zien, een idee van hoe Amerika in elkaar zou moeten steken. Wat Amerikanen bindt in plaats van wat hen scheidt, wat noodzakelijk is om een samenleving een gevoel van samen te geven. Een programmatisch manifest, zo u wilt. De omvang van deze golf laat zien dat er ruimte is voor structurele voorstellen, zelfs gegeven de giga begrotingstekorten. In het Amerikaanse systeem krijgt zo’n programma pas handen en voeten, en details, als er politici zijn die het vertegenwoordigen, de kandidaten zullen al snel opduiken. 

Ook voor de Republikeinen is dit een heilzame verkiezing, een noodzakelijke opschoning. De generatie politieke zombies zonder eigen geweten die met Trump meeliepen heeft lik op stuk gekregen. De door reactionaire radicalen zoals de Heritage Foundation opgedrongen agenda van afbraak van de overheid is verworpen. Keurig conservatisme moet worden heruitgevonden en opnieuw geformuleerd. Wel moeten we Trump een goede gezondheid toewensen want als vicepresident JD Vance hem onverhoopt tussentijds zou opvolgen is het onheil niet te overzien.

Het is verleidelijk om vandaag vol optimisme naar Amerika te kijken. De kiezers hebben laten zien dat de belangrijkste democratie van de wereld dat nog steeds is. Maar laten we onszelf niet voor de gek houden. Amerika is in land in de problemen. Binnenlands zal het zichzelf moeten heruitvinden als een samenhangend land, zonder de splijtende polarisatie en met opzijzetten van roeptoeterende populisten. De problemen zijn niet verdwenen. Wat voor rol mogen de techbro’s spelen? Kan een acceptabele verzorgingsstaat worden heringericht waarin de abject armoede en vooral de schrijnende ongelijkheid onacceptabel is? Kunnen de rijken gedwongen worden hun deel bij te dragen? Wat te doen met de dreigende ineenstorting van het Amerikaanse AOW-systeem (de Social Security)? 

Dit Amerika zal zo bezig zijn met zijn binnenlandse problemen, en nog twee jaar moeten lijden onder een sputterende, onsamenhangende nonsens uitslaande president, dat buitenland inderdaad op de tweede plaats komt. Tenzij die president zijn enige resterende macht, die op buitenlands gebied, aanwendt om zichzelf nog een rol te geven en dan mogen we ons hart vasthouden. De werkelijkheid is dat Amerika een wereldmacht in verval is, een halfbakken hegemoon. Nee, wij zullen niet meer op dat land kunnen vertrouwen voor onze veiligheid. En nee, de ideeënwereld van Trump en zijn omgeving werd breed genoeg gedeeld om nu niet ineens te kunnen denken dat het allemaal weer in orde is. Europa zal zijn eigen rol moeten grijpen.

In dit jaar van verkiezingen, dit jaar waarin de burgers de kans krijgen zich uit te spreken, straks in België, in Frankrijk, is de oogst tot nu toe hoopgevend. Hongarije en Brazilië gaven de weg aan, Amerika laat nu zien dat kiezers verdraaid goed weten wanneer ze door hun politieke leiders worden gepiepeld. Tegelijkertijd moeten we ons blijven realiseren dat verkiezingsuitslagen niet meer zijn dan dat. Dat hoop een vluchtig gevoel is. Deze bluenami op zich lost niets op maar biedt een opening. Daar moeten we vandaag van genieten. 

Nieuwe onderwerpen, nieuwe mensen en de teloorgang van de mokkende narcist

Op de valreep van de midterms nog een paar observaties.

* Het belangrijkste onderwerp is inflatie, kosten van levensonderhoud, en daarmee indirect ook de domme oorlog met Iran, en, nog indirecter, de slaafse volgzaamheid bij het traject dat Netanyahu had uitgezet. Plus de onverschilligheid van de president en zijn partij voor de kosten van het beleid.

* Maar twee onderwerpen hebben nadrukkelijk de aandacht opgeëist de afgelopen weken. Het eerste was de corruptie van de regering Trump en de bende rondom hem. Geen verrassing daar maar het duurde lang voor het doordrong bij de kiezers. Het tweede was de kosten van gezondheidszorg, soms wel, soms niet vertaald in steun van de kiezers voor ‘Medicare for all’. Dat is de kreet waarmee Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez vorig jaar de strijd met Trump aangingen. In combinatie met de dagelijkse werkelijkheid die domme Trump-kiezers nu ervaren, namelijk dat hun gezondheidscentra op het platteland sluiten, de kosten omhoog gaan en Obamacare onder druk staat, allemaal dankzij de Big Beautiful Bill die de Republikeinen door het Congres jasten.

*

* Het ‘verraad’ van de Democratische loser in Michigan die, blijkbaar uit misplaatste Israelifilie, is overgestapt naar steun voor de Republikeinse kandidaat voor de Senaat, zal, denk ik, extra steun opleveren voor de Democraat El-Sayed. Evenzo zal Trumps poging om met zijn slaafs volgende ministerie van Justitie de Democratische kandidaat in Alaska te diskwalificeren omdat er een tweede Dan Sullivan op de kieslijst is gezet. Het was een nogal transparante poging om de verkiezingen te beïnvloeden en ik vermoed dat het precies omgekeerd werkt.

* Donald Trump heeft zelf al afgehaakt. Zie zijn ‘persconferentie’ bij de Reflecting Pool op de Mall, een voorbeeld van zowel mismanagement, bullshit propaganda en Trumps nouveau kitsch methode om zowel het Witte Huis als de monumenten in Washington naar zijn deplorabele smaak te hervormen. De Democraten konden geen betere campagnevoerder bedenken dan die armzalige man met zijn foto’s van een blauw watertje, nadat hij weken campagne heeft gevoerd met het motto dat hij de belangen van de gewone Amerikaan tegen de communisten wil beschermen. Toondoof noemen we dat.

* De aanval vandaag op een eiland in Iran onderstreept nog eens de ongeremdheid die Trump in de regio tentoon spreidt. Ook Netanyahu’s verhaal dat de verkiezingen zijn gestolen werkt tegen de leugenaar in het Witte Huis.

* Tot nog toe een hoge opkomst waar er vroeg gestemd kon worden en een voorsprong in de peilingen, je zou er bijna optimistisch van worden voor de Democraten. En ook als je daarvan niet onmiddellijk optimistisch wordt voor Amerika, is een afstraffing van deze Republikeinen een absolute noodzaak om de politiek weer een beetje gezond te maken. Zelfs Peggy Noonan (wie kent haar nog? Ze was een Reagan adept) de politieke columniste van de Wall Street Journal, als opiniepagina betrouwbaar Trump rechtvaardigend en de Democraten beschimpend, kwam tot de conclusie dat een afstraffing noodzakelijk was om de partij te redden uit de handen van de gewetenloze Trumpies.

* Wat kunnen de Democraten doen als ze een mooie meerderheid hebben in Huis en Senaat? Nee, niet onmiddellijk wetgeving erdoor jassen. De filibusterregel, dat je zestig senatoren nodig hebt om wetgeving überhaupt in stemming te kunnen brengen, zal dat moeilijk maken. En zelfs als dat lukt, dan kan een veto van Trump alles tegenhouden. Voor een overrule van een veto is een twee derde meerderheid nodig in beide huizen van het Congres. Dat zal lastig worden. Maar wat de Democraten kunnen doen is wetgeving voorstellen over gezondheidszorg, over de oorlog in Iran, belastingverhogingen voor de rijken, en andere zaken die mensen aan het hart gaan, en die laten blokkeren door óf de Republikeinen in het Congres, óf de onpopulaire, mokkende narcist in het Witte Huis. Oftewel: een programma opzetten voor de verkiezingen van 2028 met onderwerpen waarop de Republikeinen keer op keer gedwongen zijn tegen te stemmen. Kijk eens wat wij allemaal voorstellen, zie hoe dat wordt getorpedeerd.

* In deze sfeer ook de mogelijkheid van immigratiewetgeving, al was het maar om dat onderwerp uit de partijsfeer weg te halen. Er was een wetsvoorstel in 2013, van twee partijen, gesteund door John McCain en Marco Rubio, dat op het laatste moment werd afgeschoten door de Republikeinen. Nu de grens gesloten is (dankzij Trump) kan een nieuw voorstel een kans maken. Amerikanen hebben ervaren dat a) immigranten essentiële banen vervullen, van de afwas in restaurants tot de bouw, b) de situatie voor de Dreamers (kinderen van illegalen die van jongs af aan in Amerika wonen en opgeleid zijn) die absoluut hulp nodig hebben, en c) immigranten nodig zijn voor de bedrijven die Amerika in de race met China moeten houden. Die ervaring maakt het klimaat rijp voor serieuze wetgeving.
Te hopen valt dat de Democraten van die opening gebruik maken. Een serieuze abortuswetgeving op landelijk niveau (waarbij progressieven een vijftien weken grens moeten accepteren) is waarschijnlijk te veel gevraagd.

* Er zal een uittocht plaatsvinden van Trump-vazallen. Hegseth en Kennedy, de meest incompetenten van het stel, kunnen worden geïmpeached als ze niet zelf aftreden; minister van Justitie Blanche, niet incompetent maar evil, zal ervaren dat hij weinig te winnen heeft bij het steeds maar dansen naar de pijpen van de ijdele oude man; stafleden, onder wie Susi Wiles, de chef staf die geleidelijk aan de controle op de dementerende bejaarde heeft verloren, zullen ook op tijd naar meer belovende banen gaan zoeken.

* Trump zal moeite hebben om mensen te vinden om deze lui op te volgen (de kosten zijn hoog, de opbrengsten in het post-Trump tijdperk gering) en zal in de senaat geen instemming krijgen voor veel van zijn voorgestelde vervangers als die toestemming nodig is (niet voor staf). Dat geldt des te sterker als een van de twee bejaarde Supreme Court rechters omvalt of aftreedt, Alito of Thomas, en Trump met maffe opvolgers aan komt zetten (Richard Nixon kreeg twee keer nul op het rekest toen hij racisten voorstelde).

* Ja, Trump kan blijven regeren met executive orders, kan blijven springen door hoepels die zijn kwaadwillende loopjongen Stephen Miller ophoudt, maar die hebben beperkte betekenis. Rechters kunnen ze ongedaan maken, het Congres kan ze vervangen door wetgeving en sowieso kan elke volgende president ze weer opzij zetten (wat niet wil zeggen dat er geen schade zou zijn).

* By the way, let ook op de gouverneursverkiezingen. Ohio en Texas zijn de meest in het oog springende staten waar de Republikeinen hun gouverneur kwijt kunnen raken. In Ohio zal de man met de treurigste campagne commercial (over zijn concurrent, de vrouw die geen contact heeft met haar moeder omdat die het seksueel wangedrag van haar partner accepteerde) verliezen en misschien zijn we in Texas eindelijk af van de misselijk makende Greg Abbott. Ook in drie andere staten wordt de wacht gewisseld. Ik kan niet helemaal overzien in hoeverre de staatscongressen mee wisselen, maar de macht op staatsniveau die de Republikeinen lange tijd de macht op federaal niveau (of een blokkeringsmacht) heeft opgeleverd lijkt te breken. Uiteindelijk is Amerika een federale staat waar de staten veel beleid maken en veel macht hebben. Waarvan akte.

* Het is een open deur, maar de verkiezingen van 2028 zijn vandaag begonnen. Vergeet Gavin Newsom van Californië – Amerika wil niet worden net als Californië. Vergeet Kamala – ik gun haar niet de afgang die een nieuwe kandidatuur zou worden. Let op senator Ossoff van Georgia, gouverneur Beshear van Kentucky, gouverneur Pritzker van Illinois, op Pete Buttigieg, huisvader in Michigan, en mijn dark horse voor nu: aanstaand senator van North Carolina Roy Cooper, een populaire two term governor die nu landelijk gaat optreden. Houdt hem in de gaten. Nee, sorry, vrouwen komen niet in aanmerking 2028.
Bij de Republikeinen met Vance en Rubio bepalen wie zich opknoopt aan Trump. Ik verwacht dat een derde er met de bittere oogst vandaar zal gaan (behalve als, de goden verhoeden, Trump zou doodvallen en Vance al president is – zittende presidenten hebben een voorsprong, zelfs als ze zo gecompromitteerd zijn als Vance).

* De grondwetswijzing die Amerika nodig heeft om het kiessysteem te veranderen en nog wat andere zaken te regelen, die gaat er niet komen.

* Ten slotte: de rot met Amerika zit diep. Deze verkiezingen lossen die niet op. Alleen als in 2028 iemand opduikt met een brede visie hoe een samenleving meer samen kan zijn, is er een kans dat de VS zich herstelt, maar zoals het gaat met imperia, er is ook gewoon een natuurlijk einde aan dit soort hegemonistische staten.

Ook als Trump verliest, zijn we nog niet van hem af.

‘Voorspellen is moeilijk, vooral in de toekomst’, dice Yogi Berra, de honkbalcoach die geldt als een Amerikaans orakel. Maar voorzeker kunnen we de eerste reactie van Donald Trump na de verkiezingen van 3 november nu al uittekenen. Ongeacht de uitslag zal hij zeggen: het ging over mij. Bij verlies zal hij claimen dat het komt omdat hij niet op het stembiljet stond. Bij winst of beperkt verlies, misschien behoud van de Senaat, zal hij claimen dat het komt omdat hij de kiezer opriep net te doen of hij of het stembiljet stond. Klassieke win-win, Trump stijl.

Als het daarbij blijft, mogen de Amerikanen blij zijn. Het is immers lang niet uitgesloten dat Trump de verkiezingen zal frustreren. Hij kan intimiderende ICE-troepen in de buurt van stembureaus plaatsen. Ze zullen geen illegale stemmers oppakken, want die zijn er niet. Wel zullen ze legitieme kiezers met een etnische afkomst, vooral Hispanics, schrik aanjagen. Ze willen niet in de netten van Trumps anti-immigratie razzia’s terecht komen. Misschien blijven ze thuis, wat Trump goed zou uitkomen nu hij de steun van de Hispanics die hij in 2024 had, kwijt is. 

Het zou ook kunnen dat de president, al of niet op basis van gecreëerde onrust, een noodtoestand uitroept die de verkiezingen moeilijk of onmogelijk maakt. Dat zou voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis zijn, want zelfs tijdens de Burgeroorlog, in 1864, gingen de verkiezingen gewoon door. En zelfs als alles redelijk ongestoord verloopt, kunnen Trump en zijn kornuiten nog maar eens de legitimiteit van uitslagen betwisten. 

We hoeven geen grote voorspellende krachten aan te spreken om te voorzien dat het geen fijne uitslag gaat worden voor de Republikeinen. En Trump heeft in zoverre gelijk dat het inderdaad gaat over hem en zijn presidentschap. De afgelopen weken zagen we de definitieve onttakeling daarvan. De meest recente Washington Post peiling noteerde dat nog maar 33 procent van de Amerikanen vindt dat hij het goed doet. Zelfs zijn partijgenoten, tot nu dociel en zwijgend, schamen zich voor zijn aanschurken tegen de Russische dictator en Trumps verraad aan Oekraïne. Zijn blonde perschef, lekker ogend op televisie, moest hij na vijf dagen ontslaan. De publieke executie die fratboy Pete Hegseth hem opdrong, moest hij afblazen. Trumps verkiezingsrallies worden matig bezocht en wat hij er zegt is steeds minder te volgen.

Amerikanen ergeren zich in toenemende mate aan de corruptie en zelfverrijking van Trump en zijn clan. Hij heeft zijn vermogen flink doen groeien. Zijn fijne zoontjes, en het gebroed van een aantal van zijn ministers, maken deals met Arabische potentaten en Amerikaanse defensiebedrijven. De bruiloft van junior werd gefinancierd door een Russische rijkaard. Zelfs zijn chef staf, Susie Wiles, tot nog toe een stabiliserende kracht, groeit de chaos nu boven het hoofd. Ze zou op het punt staan te vertrekken nadat bekend werd dat haar dochter is ingehuurd als lobbyist door een pro-Russische organisatie op de Balkan. 

Er gaan koppen rollen na de verkiezingen. Niet alleen functioneren veel mensen niet, er wordt ook flink geruzied binnen regeringskringen. Zelfs conservatieve commentatoren hebben kritiek op functionarissen die vooral bezig zijn zichzelf te positioneren en niet de president te helpen. Zouden er te veel ontslagen vallen, dan heeft Trump een probleem voor de functies waarvoor het Congres de benoeming moet goedkeuren. Want het valt te voorzien dat Trump een nieuw blik ongeschikte types zal opentrekken. Veel keuze heeft hij niet: wie wil er nog werken voor een regering in staat van ontbinding? De Democraten zullen geen medelijden hebben.

Deze deconfiture van Trump was geheel te voorzien. Zijn overwinning in 2024 was knap werk, had zo goed als onmogelijk geleken na zijn couppoging in 2021. Geen wonder dat Trump naar Washington kwam met onverwoestbaar zelfvertrouwen, om niet te zeggen overmoed. Vier jaar lang had hij gedroomd van de macht om wraak te nemen, om de dingen te doen die zijn voorzichtige omgeving de vorige keer had verhinderd. Om zichzelf en zijn familie te verrijken. Om zijn stokpaardjes te berijden. Om Washington vol te plempen met nouveau kitch. Om zoete broodjes te bakken met dictators op wier macht hij jaloers is.

We hoeven niet alle draaien en keren van Trump in deze eerste twee jaar te behandelen om vast te stellen dat hij zijn eigen ergste vijand is gebleken. De importheffingen waren kostbaar, net als de domme oorlog in Iran een bron van inflatie. Het mandaat dat Trump had, verspeelde hij in hoog tempo. Beloftes aan de kiezers werden met voeten getreden. Grenzen dicht was populair, maar de razzia’s op niet wettelijk aanwezigen en etnische Amerikanen bepaald niet. Het spektakel van wraakacties tegen politieke vijanden zal de kiezers niet geweldig engageren, maar de bloeddorstigheid ervan draagt niet bij aan een uitstraling van een waardig presidentschap. Amerikanen schamen zich voor hun president.

Het is ironisch dat Trump maar niet wil onderkennen dat de kiezers niet blij zijn met de door hem veroorzaakte inflatie. Hij vertelt ze dat ze het verkeerd hebben, niet zien wat ze zien, precies wat Biden in 2024 werd verweten. Trumps kiezers rekenen hem af op de belofte van economisch welzijn. Zijn gekoesterde imago van vredesstichter, toch al nooit sterk, gooide hij te grabbel door een nieuwe oorlog te beginnen in het Midden Oosten, misleid door Israël. De hoge prijzen voor brandstof drukken de burgers op de onmiddellijke gevolgen. De kiezer gelooft geen woord van wat Trump zegt.

Het moet niet verbazen als deze man, steeds onthechter in zijn babbeltoespraken, steeds onvoorspelbaarder in zijn beleid, na een dik verlies van de Republikeinen als een plumpudding in elkaar zakt. Voor een tachtigjarige oogt Trump nog steeds verrassend actief, maar zonder de adrenaline van een bewonderende Maga-massa, zonder wetgevende macht, moeten we rekening houden met een totale ineenstorting van deze oude man. Maar hij blijft president en wordt omringd door een coterie zonder normen en geringe competentie. Op buitenlands terrein houdt hij grote vrijheid. We zijn nog niet van hem af. Trump kan nog heel wat schade aanrichten. In een andere quote van Yogi Berra: ‘it ain’t over until it’s over’.

Levenslang is wreder dan de doodstraf, laten we het daar eens over hebben

Na de mislukte uitvoering van de doodstraf van Christa Pike in Tennessee is er weer een bekende discussie losgebarsten over de wreedheid van die straf. Nou ja, discussie? In beschaafd gezelschap is het not done om níet tegen de doodstraf te zijn. Barbaars, wreed, vaak onterecht opgelegd en ook nog eens racistisch zijn de meest gehoorde argumenten. 

Beschikken over het leven van een ander, dat past niet. En is er geen acceptabele manier om hem uit te voeren, zie het geklungel in Tennessee. Willekeur: soms is er een gouverneur die de straf niet laat uitvoeren, andere gouverneurs tonen onbetamelijk enthousiasme. Ja, het kost geen moeite om tegen de doodstraf te zijn, waarna ons beschaafde gezelschap overgaat tot de orde van de dag. 

Zelf ben ik geen absoluut tegenstander van de doodstraf. Ook geen voorstander per se. Ja, je kunt er genuanceerd over denken. Mijn probleem is met levenslang, een straf die veel vaker voorkomt dan de doodstraf. Is dat ook niet ‘beschikken over een leven’? Iemand levend dood maken? Is dat niet minstens even barbaars? Wreder zelfs? Waarom maken we ons daar niet druk over?

Zowel levenslang als de doodstraf hebben het oogmerk iemand permanent uit de samenleving te verwijderen. Soms is de gedachte daarachter eenvoudig: plegers van massamoorden, zoals de moordenaar van vijftig moslims in Christchurch, Nieuw Zeeland, of gestoorde lui zoals Jeffrey Dahmer, die 35 mannen en jongens vermoordde, in stukken sneed en onder zijn huis in tonnen stopte, moeten nooit meer vrij komen. Er zijn veel voorbeelden – veel te veel – en voor de meeste plegers geldt dat hun daden onomstreden zijn. Timothy McVeigh, de man die in 1995 in Oklahoma city een gebouw opblies en 165 doden veroorzaakte.

Helaas behoren wrede, onbegrijpelijke meervoudige moorden tot de geregeld voorkomende problemen van de Verenigde Staten – en niet alleen daar. De Noor Anders Breivik vermoordde in 2011 77 mensen, voornamelijk tieners. Veel moordenaars doden zichzelf of nodigen uit tot ‘zelfmoord via een politieman’ door zich te laten doodschieten. Soms lukt dat niet, zoals de moordenaar van Theo van Gogh, die liever als martelaar was doodgeschoten. Soms gaat het om ‘gewone’ moorden, soms zijn ze uitzonderlijk wreed of op politiemensen, die vrijwel altijd levenslang opleveren. De feiten zijn dat er in de VS ongeveer 2000 ter dood veroordeelden in de gevangenis zitten, en dat maar liefst 200.000 Amerikanen levenslang hebben, 50.000 van hen zonder recht op parole. Stevige getallen maar terwijl de aarzelingen over de doodstraf altijd aanwezig zijn, worden zelden vraagtekens gesteld bij levenslang.

Het is waar: er zijn allerlei problemen het opleggen van de doodstraf in de VS. Er worden onschuldige mensen veroordeeld, vaak omdat ze te weinig rechtsbijstand kregen of gedwongen werden tot een plea deal. Er is sprake van racisme, althans we treffen veel meer zwarte Amerikanen met levenslang dan hun percentage in de samenleving zou doen vermoeden. Het probleem hier is het Amerikaanse rechtsstelsel, maar in een discussie over de moraliteit van de doodstraf zijn ze niet onmiddellijk relevant. 

In de afschrikwekkende werking van de doodstraf geloof ik niet. De meeste gevallen van moord en doodslag hebben te maken met opwellingen, pathologie of ongelukkige uitkomsten van onverantwoordelijk gedrag. In geen van die gevallen schrikt de doodstraf af. Massamoordenaars houdt het niet tegen. De ene uitzondering is wat mij betreft politieke moord. De moordenaar van Pim Fortuyn kwam weg met twaalf jaar. Of de doodstraf hem had afgeschrikt, weet ik niet. Maar wat mij betreft verdiende hij permanente verwijdering uit de samenleving.

Ten slotte is er een relatief groot aantal ter dood veroordeelden dat ten slotte onschuldig bleek. Het is misselijk makend, maar gegeven de problemen met het Amerikaanse rechtssysteem mag je aannemen dat de kans op fouten bij levenslang niet kleiner is dan bij de doodstraf. Toch hebben alleen de laatste veroordeelden recht op een lang traject van beroep waarin problematische veroordelingen allicht boven water komen. 

De obsessie met de doodstraf leidt ons af van de morele problemen met levenslang. Wat is levenslang anders dan een doodstraf die jarenlang duurt? Wat is de moraliteit van een levenslange gevangenisstraf als de gestrafte geen manier heeft om een einde aan dat miserabele leven te maken? Zelfmoord voor de veroordeling, á la Jeffrey Epstein, of het opzoeken van een gevangenismoord (Dahmer werd overhoop gestoken), zijn wel erg wrede alternatieven.

Het verleidt me tot een onaangename conclusie: je zou de doodstraf mogelijk moeten maken, of houden, als optie voor gestraften die levenslang hebben gekregen. Natuurlijk, dat neemt niet weg dat sommige onschuldig gestraften in hun wanhoop dan voor die ultieme straf zouden kiezen. Is hen beschermen tegen wanhoop voldoende reden voor een totaalverbod op de doodstraf? 

Daarom, ik ben geen principiële tegenstander van de doodstraf. Levenslang is een doodstraf. Ik zou in elk geval zeggen dat tot levenslang veroordeelden dezelfde rechten op herziening en heroverweging moeten krijgen als ter dood veroordeelden. Ik heb geen gemakkelijke oplossing als de rechtsgang zonder problemen is.

Alleen deze, ook een moreel problematische: mag je mensen die levenslang hebben gekregen de optie geven die dodelijke straf om te zetten in een doodstraf? Menselijke waardigheid moet toestaan dat een veroordeelde zelf kan bepalen of hij een leven in het gevang prefereert boven de dood. Ik geef toe dat dit een weinig realistisch voorstel is, dat wil zeggen, in de praktijk niet zal worden uitgevoerd. 

Maar de bottom line is dat we niet ontkomen aan deze vraag: is levenslange gevangenisstraf moreel problematischer dan de doodstraf? Ik kan het verwijt krijgen dat ik het me gemakkelijk maak door als voorbeelden gevallen te nemen waar onomstotelijk vaststaat dat de veroordeeld nooit meer terug keren in de samenleving. Het tegenverwijt is dat tegenstanders van de doodstraf de morele vraag over levenslang ontlopen.

Trumps sloopwerk leidt tot onherstelbare schade

Vandaag in De Standaard

Tussentijdse verkiezingen zijn altijd een kiezersoordeel over de president. Gegeven zijn lage populariteit en de weerzin tegen veel van zijn beleid, dreigen ze voor Donald Trump en de Republikeinse Partij uit te lopen op een fiasco. Dat is mooi, maar de uitslag zal niets veranderen aan de vaststelling dat de aangerichte schade enorm is, en vrijwel niet te herstellen.

De kiezers hebben wat recht te zetten. Gesteld voor een onaangename keuze hielpen ze Trump in 2024 opnieuw in het Witte Huis, waar hij in rap tempo vier jaar opgekropte wraakzucht in beleid omzette. De president omringde zich met jaknikkers, pluimstrijkers en wegkijkers, en benoemde incompetente types, collectief omschreven als een clown car, een circusclub. Wie mee wilde doen moest bewust liegen, te beginnen met de uitslag van 2020. Ze deden het allemaal, Marco Rubio en JD Vance voorop, gevolgd door een kudde senatoren.

Trump is inderdaad helemaal los gegaan, maar het helemaal bij hem leggen miskent de machtige belangenbehartigers achter zijn presidentschap. Soms directe belangen zoals de fossiele industrie, Wall Street en de opportunistisch temende techbazen. Soms systeembelangen zoals de Federal Society, een groep die zoveel mogelijk conservatieve rechters benoemd wil zien. En dan is er de Heritage Foundation, een rechtse denktank die via stromannen hun in Project 2025 aangekondigde programma rigoureus uitvoeren.

Het gezamenlijke doel van deze belangen is het handicappen van de administratieve staat en het concentreren van macht in het presidentschap. Inmiddels zijn ze hard op weg naar het ontmantelen van de New Deal, de Great Society en gerelateerd sociaal beleid, en het terugdraaien van burgerrechten wetgeving en verworvenheden als gelijke behandeling en diversiteit. Dit zijn geen conservatieven, het zijn reactionairen die Trump gebruiken als hun stormram.

In zijn sloopbeleid kan Trump succes niet ontzegd worden: er is veel kapot gemaakt dat niet of moeilijk gerepareerd kan worden. De DOGE-onderneming van Elon Musk en zijn bende techies leverde nauwelijks bezuinigingen op maar heeft wel degelijk veel veranderd, al was het maar dat werken voor de overheid bijzonder onaantrekkelijk is geworden. Honderdduizenden mensen zijn ontslagen, ervaring en kennis zijn roekeloos vernietigd. 

Het Amerikaanse wereldwijde hulpprogramma, USAID, in miljarden dollars te verwaarlozen, gooide Musk in de ‘houtversnipperaar’. Het Congres, dat het programma opzette, liet het toe. De Republikeinen dan toch. Het zou zomaar miljoenen mensenlevens kunnen kosten. Herstel ervan, als een nieuw Congres zich daar al aan zou wagen, is vrijwel onmogelijk. Tik dit maar af voor veel van wat de regering-Trump kapot heeft gemaakt.

De president heeft gevestigde instituties en controle mechanismes afgezwakt, vaak gewoon opgeheven. Hij reduceerde het Congres tot komisch klapvee. Hij gebruikte de macht van het presidentschap om belangrijke delen van de private sector naar zijn pijpen te laten dansen, van grote techbedrijven tot nieuwsorganisaties, van advocatenkantoren tot universiteiten. Pure intimidatie dwong mensen, organisaties en instellingen tot vrijwillige onderdanigheid. Trump dwong hen tot financiële bijdrages voor zijn persoonlijke ‘goede doelen’, alles riekt naar maffiose afpersing.

Het ministerie van Justitie, formeel de bewaker van de Amerikaanse rechtsorde, is omgevormd tot zijn persoonlijke belangenbehartiger op een manier die van Richard Nixon een kleine krabbelaar maakt. De FBI wordt gerund door een incompetente zeloot. Agenten die ook maar iets te maken hadden met onderzoek naar 6 januari 2021 of anderszins naar Trump en zijn handlangers, zijn ontslagen. De activiteiten van het bureau zijn verlegd naar immigratie. Rechts extremisme wordt niet meer gevolgd. Expertise is verloren.

Milieubeleid is uitgekleed ten gunste van de fossiele industrie. Vervuiling is weer toegestaan, kant en klare windparken zijn gesloten. Research en innovatie zijn gepolitiseerd of gewoon weggevaagd. Volgens het wetenschappelijk tijdschrift Nature zijn in 2025 meer dan 7800 research beurzen en toelagen bevroren of beëindigd. Groene technologie wordt overgelaten aan Amerika’s concurrenten. Wetenschappers vertrekken naar landen waar hun onderzoek vrij en onverveerd kan plaatsvinden. Het ministerie van Volksgezondheid, gerund door een gestoorde Kennedy-nazaat, negeert wetenschap en ontmantelt commissies die wetenschappelijke oordelen over medicijnen en voedsel moeten geven. Beleid dat gedurende tientallen jaren was opgebouwd, is vernietigd. 

Trumps buitenlands beleid was al dubieus genoeg nog voordat hij zich door Israël liet verleiden tot een nieuwe oorlog in het Midden Oosten. De president lonkt opzichtig naar andere autoritaire leiders en schoffeert trouwe bondgenoten. Zo verdween ook Amerika’s reputatie voor doordacht beleid, consistentie en betrouwbaarheid in de houtversnipperaar. Een voorbeelddemocratie is afgezakt tot een semiautoritair regime, waarin de leider beschikt over eigen troepen die hij naar willekeur inzet. 

Wetgevend was het armoe troef. Trumps One Big Beautiful Bill bracht belastingverlagingen voor de rijken, hogere defensie uitgaven, de ontmanteling van groen beleid en een verslechtering van de gezondheidszorg. Begrotingstekorten zijn opgelopen tot onhoudbare hoogten, nu verergerd door de prijzige oorlog met Iran. De deregulering en het gebrek aan controle op markten maken de weg vrij voor een nieuwe financiële crisis. De corruptie van Trump, zijn familie en zijn kompanen is ongeëvenaard in de moderne westerse geschiedenis.

De taak van de kiezers op 3 november is verdeeld bestuur herstellen, dat wil zeggen, de uitvoerende macht van de ene partij te laten controleren door de controlerende macht van de andere partij. Checks and balances. De afgelopen twee jaar hebben geleerd dat als alle macht in handen is van één partij, en die partij is van kwade wil zoals deze Republikeinse Partij, het systeem van scheiding der machten niet werkt. Zeker, af en toe heeft de rechtelijke macht zijn taak wel uitgevoerd, maar de meegaandheid van het Supreme Court, nu ook gepolitiseerd, heeft een presidentschap met autoritaire trekken mogelijk gemaakt. De kiezer moet de balans herstellen voor het te laat is.

Er is weinig ruimte voor optimisme. Want ook als de kiezers dit allemaal meewegen en het Congres in beide kamers Democratisch wordt, dan nog is de schade enorm en veelal onherstelbaar. Het punt van slopen is dat wat is neergehaald voorgoed kapot is. Als beeld voor de Trump activiteiten is het inmiddels haast een cliché, maar zijn sloop van de East Wing van het Witte Huis is nog steeds to the point. Het slopen duurde drie dagen. Het gaat nog jaren duren voordat er iets nieuws op die plek staat. Amerika als geheel is ook zo’n sloopzone.

Xi en Trump: de topontmoeting waar niets zal gebeuren (mag je hopen althans)

Echt gezellig zal het niet worden op de topontmoeting tussen Xi Jinping en Donald Trump, gepland voor 24 september in Washington. Dat hoeft ook niet. De echte vraag (als alles loopt als voorgenomen) of er iets uitkomt. Topontmoetingen vergen lange voorbereiding door wat in deze wereld sherpa’s worden genoemd: gidsen van beide kanten die het echte werk verrichten zodat op de top zaken kunnen worden gedaan.

Niet alleen de sherpa’s, maar iedereen die de relatie tussen beide landen volgt, zal zich herinneren dat Donald Trump bij een vorige ontmoeting met Xi Jinping in oktober 2025, in Zuid Korea, een zeperd van jewelste haalde. Toen arriveerde Trump met in zijn achterzak de met veel bombarie aangekondigde importheffingen van tot wel honderd procent op Chinese goederen. Het was deel van zijn puur op transacties gebaseerd beleid, liefst één op één. Hij had er Europese landen en Canada al mee gedwongen tot soms beschamende deals. Maar Xi Jinping liet zich niet intimideren en gaf Trump een koekje van eigen deeg. Hij had wat troeven in zijn eigen achterzak.

Xi legde uitvoerbeperkingen op van de zeldzame metalen waarvan China zowat de enige leverancier ter wereld is. Aangezien die metalen nodig zijn voor allerlei productieprocessen buiten China had Xi een stevig wapen in handen om Trump van repliek te dienen. De president blies de terugtocht voor wat zijn importheffingen betrof, in ruil voor een belofte van Xi om de exportcontroles te beperken, in elk geval voor een jaar, dat wil zeggen tot november 2026. Mooi getimed om ze op deze topontmoeting opnieuw te bespreken.

Het was een beschamende aftocht voor Trump die hij in stijl probeerde te verhullen door zelfverzekerd te roepen dat Amerika binnen een jaar of zo China’s bijna-monopolie van die zeldzame metalen zou breken. China van zijn kant hield de vinger aan de pols en voegde in juni twee Amerikaanse bedrijven toe aan de exportbeperkingen, bedrijven die dat moesten proberen. Trump kon ook claimen dat hij de Chinezen had ‘overgehaald’ om meer sojabonen van de VS te kopen, maar ook dat was enkel een teken van zwakte, omdat er wereldwijd talloze andere leveranciers waren. Dat was immers de reden dat de Chinezen Amerika opzij konden zetten. Trump had de Chinese belofte nodig om Amerikaanse boeren die last hadden van de Chinese boycot weer in zijn kamp te krijgen. Het is een troefkaart die Xi bij de hand houdt.

Ondertussen speelt zich een wedstrijd af in het ontwikkelen en perfectioneren van halfgeleiders, een terrein waarop Amerika nog steeds een voorsprong heeft, zij het een die slinkt. De regering-Trump stond NVIDIA toe om bepaalde GPU-processors toch naar China te exporteren, in een deal waarin de overheid een deel van de inkomsten opstrijkt. Ook op het gebied van AI leidt de Verenigde Staten maar die voorsprong is kriegel genoeg voor Trump om zich fel te verzetten tegen enige controle op de snelheid waarmee AI wordt ontwikkeld en gebruikt. De opwinding daarover de afgelopen week, met de waarschuwing dat de mensheid wel eens uitgeroeid kan worden door op hol geslagen AI, zet Trump zelfs in eigen land in een wat geïsoleerde positie.

China zal zich niets laten voorschrijven door de VS, een akkoord in de meest vage bewoordingen over overleg is misschien de beste mogelijke uitkomst. Thomas Friedman, de orakel opinieschrijver van the New York Times denkt dat niet veel meer mogelijk is dan dit soort overleg tussen overheden en industrie in beide landen. Trump is onwillig: hij vindt het niet nodig om beperkingen, guard rails, op te zetten in de VS. De zorg erover is, in klassieke Trump-taal, een vals verhaal van de radicale Democraten. Hij wil, hoofdletters op zijn blog, Amerika’s voorsprong uitmelken voor wat die waard is. China van zijn kant lijkt zich meer zorgen te maken over mogelijke ondermijningen van het eigen regime door AI. Als agendapunt zal het waarschijnlijk wel opduiken, maar vooral om elkaar te verzekeren dat beide leiders zich zorgen maken over de AI-dreiging.

En dan is er natuurlijk Taiwan, altijd een gevoelig punt voor zowel de VS, dat de veiligheid van het land garandeert, als China dat volhoudt dat het eiland deel is van zijn eigen grondgebied. In mei, toen Trump Beijing bezocht, zei Xi Jinping nog dat de relaties tussen Amerika en China een ‘uiterst gevaarlijk terrein’ zouden worden als Trump de Chinese eisen voor wat betreft Taiwan zou negeren. Het bleef bij woorden. Een recente afspraak om Amerikaanse wapens te leveren aan Taiwan was voor Beijing vorige week reden om te dreigen de topontmoeting af te gelasten. Hier heeft Xi minder troeven te spelen, maar met een volatiele Trump die nooit goed begrepen heeft hoe het zit met Taiwan, kan Xi hopen op dommigheden die in China’s voordeel uitpakken.

Geopolitiek heeft China de afgelopen maanden geprofiteerd van Trumps onzalige oorlog met Iran. Niet alleen heeft het Amerika zelf bakken geld en onmisbare wapens gekost, en reputatieschade, het heeft ook de Amerikaanse focus op het gebied van de Stille Oceaan verzwakt. Vliegdekschepen en ander materiaal moesten richting Midden Oosten, wat voor Taiwan een kwetsbaar moment oplevert, met zorgelijke ogen bekeken door de andere bondgenoten van Amerika, met name Japan en Zuid Korea, die door Trump soms respectloos worden behandeld.

Of de sherpa’s onderwerpen op de agenda zullen zetten zoals de Chinese hulp aan Iran in het ontlopen van de economische oorlog die Amerika voert, of China’s steun voor Rusland in zijn oorlog met Oekraïne, kun je betwijfelen. Elk ervan onderstreept de zwakte van Amerika’s geopolitieke positie, zeker als Xi laat blijken, zoals hij zeker zal doen, dat China gewoon zijn eigen belangen behartigt en zich niets gelegen laat liggen aan wat Amerika daarvan vindt. Beter deze onderwerpen te negeren.

Voor wie meent dat het goed is dat leiders van vaak tegenover elkaar staande grootmachten elkaar ontmoeten maakt het niet veel uit wat de uitkomst is, zolang de heren niet met slaande deuren vertrekken. Menigeen zal opgelucht ademhalen als dat het geval is, gegeven Trumps onvoorspelbare en op onkunde gebaseerde recente optredens. De president zal wel ingetoomd worden: een beschamende vertoning op dit wereldtoneel kan hij er niet bij hebben met de verkiezingen voor het Congres om de hoek.

De treurige verveling rond Prinsjesdag en interessante opwinding rond AI

Het was een rustig week voor ondergetekende. Ooit was ik een politieke junkie, ook op het gebied van Nederlandse politiek. Ik volgde alles op de voet en zo rond Prinsjesdag hield me dat flink bezig. Het was in de tijd van Den Uyl en de perfide Van Agt/Wiegel combi. Je kon je nog druk maken over dit soort dingen. Later, begin deze eeuw, was ik nog actief in in D66, in een mislukte poging mee te helpen van de partij een progressieve links liberale club te maken. 

Ah well. Daar zitten ze (ik ben geen lid meer) nu in een combi met de vreselijke Yesilguz, de winnaar van de verkiezingen, ook al eindigde haar partij als derde. Dat D66 zich liet voorschrijven dat Pro was uitgesloten, volstrekt tegen de democratisch normen en de historische gewoontes in Nederland, zal dodelijk blijken. Pro zal ervan profiteren en D66 zal, opnieuw, uitgekleed achterblijven, maar vrolijk word ik daar niet van.

Maar terug naar het punt: het kon me deze week niet interesseren. Dat zal vast voor een deel leeftijd zijn. De punten waar het over gaat, hebben weinig invloed op mijn dagelijks leven. Fundamentele discussies zijn er niet.

Ik geef toe, dat is een slappe reden voor desinteresse maar wel een verklaring. Het enige interessante en iets dat me wel aangaat is de manier waarop rijke Nederlanders (zoals ondergetekende) worden ontzien en zelfs geholpen door de partij van de rijken, gesteund door de permanente misinformatie en stemmingmakerij van de foute krant van Nederland, tegenwoordig ook dominant in omroepland. Please, doe wat aan de vermogensongelijkheid, of beter gezegd, de vrijstelling van grote vermogens.

Wat een ongelooflijk en onwaardig gekakel en geneuzel afgelopen week, vooral van mensen die of een agenda hebben of om onduidelijke redenen ineens deskundig zijn. Maar het is, vress ik, een afspiegeling van de samenleving. Als dit is wat de gemiddelde Nederlander wil dan is dat wat zij krijgt. Johan Derksen als orakel. Jetten als premier. Ik voel mee met de laatstgenoemde maar krijg er geen warme gevoelens bij zoals die bij Den Uyl opkwamen.

Ter zake. Het andere debat deze week, veel interessanter, ging over AI en de mogelijkheid dat de mensheid ten onder gaat. Leek me wat overdreven maar ik moet erkennen dat ik onvoldoende van de werkzame elementen van AI weet om echt een oordeel te kunnen hebben. 

Pivot to China

Maar ik wil wel een boek pluggen dat probeert AI en andere technologie ontwikkelingen te passen in een visie op de internationale verhoudingen. Het komt zelfs met een advies in die verhoudingen, namelijk een Europese pivot to China. Zal zeker niet onomstreden zijn, maar de argumenten zijn interessant genoeg. Dat het boek is geschreven door mijn zoon Paul wil niet zeggen dat ik kritiekloos zijn verhaal accepteer. Belangrijker is dat dit verhaal er is. Lees het, zegt het voort, zo ik zeggen. Klik hier voor meer informatie van de uitgever.

Hier een podcast interview met Paul over zijn boek.

Een mooie uitzending van Panorama Zondag

Wellicht overschat ik u interesse in mijn persoon, mijn Amerika en andere persoonlijke zaken, maar graag wijs ik u op een mooie uitzending van Panorama Zondag op NPO 4. Daarin dit alles, gelardeerd met mooie muziek en verhalen die met Amerika te maken hebben.

Niet voor u? Dit weekend mijn voorschot op de ontmoeting van Xi Jinping en Donald Trump.

https://www.npoklassiek.nl/uitzendingen/panorama-zondag/019dd361-647e-7314-84bc-027c2eafef7b/2026-09-13-panorama-zondag

Denk hierover na op 9/11: Terrorisme loont

President Trump zal op 11 september niet aanwezig zijn bij de 25ste herdenking van de aanval op Amerika, althans niet bij het monument op de plek waar in 2001 het World Trade Center stond. Het zat hem dwars dat hij er niet mag spreken, omdat de afspraak altijd is geweest om 9/11-herdenkingen niet te politiseren. Trump blijft Washington, waar bij de herdenking van de gelijktijdige aanval indertijd op het Pentagon die beperking niet geldt.

Wat Trump zal zeggen, of hij zich kan inhouden om niet een uur lang te ratelen over van alles en nog wat, is minder interessant dan dát hij daar staat: als Amerika’s slechtste president ooit. In Trumps wereld is alles groter, beter, sterker en met meer goud bekleed, en inderdaad zal zijn eigen plek in de Amerikaanse geschiedenis enorm belangrijk zijn, met slechtere lange termijn invloed dan vrijwel iedereen, inclusief James Buchanan die het land de Burgeroorlog in leidde. 

Zonder 9/11 zou Trump niet president zijn. Natuurlijk, je weet niet wat er in een alternatieve geschiedenis was gebeurd, maar wel kun je vaststellen dat 9/11 het begin van het einde van Amerika’s leidende rol in de wereld markeert. De terreur van die dag was niet de enige factor, wel de doorslaggevende. Democratie stond al onder druk: in november 2000 had het Supreme Court het presidentschap cadeau gegeven aan de Republikein George W. Bush. In Florida moest het tellen gestopt worden op een punt dat hij 537 stemmen voorlag op de Democraat Al Gore, al had die landelijk gezien een half miljoen meer stemmen. Gore was een staatsman en legde zich erbij neer, maar het was de eerste fundamentele crisis van de Amerikaanse democratie. Twijfel ontstond, door Donald Trump in 2020 gemaximaliseerd en nu dagelijks door hem gevoed.

De high tech beurscrisis in 2000 had al voor een correctie gezorgd die het economisch optimisme van de late jaren negentig afstrafte. Wel liet president Clinton een begroting in evenwicht na, door president Bush meteen al om zeep geholpen door domme belastingverlagingen en vervolgens, door 9/11, dure onbetaalde oorlogen te voeren.

Internationaal leek Amerika op een hoogtepunt. Neoconservatieve haviken schetsen de wereld van na de Koude Oorlog als een unipolar moment: Amerika was de enige supermacht. Het was arrogante kortzichtige prietpraat, maar zij runden de Amerikaanse buitenlandse politiek met de insteek om Amerika’s macht ook te gebruiken. De uitnodiging daartoe was 9/11, een aanval die feitelijk de afkeer van Amerikaans beleid elders naar het thuisfront bracht. Je mag niet zeggen ‘Amerika kreeg wat het verdiende’, maar wie 25 jaar terugkijkt kan alleen maar vaststellen dat de reactie op 9/11, de uitnodiging om nog dieper in die afkeer te duiken, precies wat de aanvallers voor ogen hadden.

De aanloop naar 9/11 was al een voorbode van Amerika’s neergang. De adviseurs van president Clinton, die in het voorjaar van 2001 waarschuwden voor terrorisme van een ongekende aard, werden genegeerd om partijdige redenen. President Bush, niet een man van de daad, zat in augustus in op zijn ranch in Texas toen hij een rapport kreeg dat erop wees. Niemand deed iets. Het 9/11-rapport dat het Congres later presenteerde was keihard in zijn kritiek op zowat alle instanties die Amerika hadden moeten beschermen.

President Bush zette de droefheid en woede om in eenheid: zelden was Amerika eensgezinder dan na 9/11. En zelden werd die eensgezindheid sneller verkwanseld. Dat Bush het nodig vond om Afghanistan aan te pakken was te begrijpen. Dat de neoconservatieven, opgepord door de liegende vicepresident Dick Cheney, de kans schoon zagen om Amerika op het pad te zetten om de dictator van Irak, Saddam Hoessein, omver te werpen, was een ongelooflijke blunder.

Het zette Amerika op het pad van de eindeloze oorlogen in een regio waar het wel belangen had, maar niet zodanig dat dit soort activiteit nodig of zelfs maar nuttig was. 9/11 leidde tot de oorlogen in Afghanistan en Irak, beide door Amerika verloren. De kosten waren hoog, niet alleen in dollars en begrotingstekorten, maar vooral in verlies van aanzien, deels door de leugens en de incompetentie bij de uitvoering van de oorlogen. Donald Trumps onbezonnen oorlog met Iran niet meer dan een verdere fase in betrokkenheid bij het Midden Oosten, bij wat Amerikanen een ‘tar baby’ noemen: een plakkerige pop waar je, als je hem eenmaal vastpakt, niet meer loskomt. De erfenis van 9/11 werkt door tot de dag van vandaag.

Ondertussen werden de Bush-oorlogen gevoerd met het negeren van fundamentele mensenrechten en het schenden van Amerikaanse waarden. Marteling, samengevat in waterboarding en misdragingen van Amerikaanse militairen met gevangenen, om niet te spreken over eindeloze detentie in Guantanamo Bay, ondermijnden de aanspraak van Amerika op het verdediging van universele waarden. Ook hier is de lijn van 9/11 naar het heden van Donald Trump duidelijk te zien. Alles wat Amerika bewonderenswaardig maakte, is op drift geraakt.

Allemaal weten we dat het dagelijks leven door 9/11 fundamenteel is veranderd. De rijen voor de beveiliging op het vliegveld, de poortjes bij musea en andere openbare gelegenheden, de islamofobie, misbruikt door populistische volksmenners, zelfs de samenzwerings idioterie in de sociale media wereld: het is allemaal een direct gevolg van 9/11. We zagen dat de NAVO hulp bood onder artikel 5, dat een aanval op een land een aanval op allen is, een ervaring die nu naar de prullenbak is verwezen door de man die mede dankzij 9/11 opperleugenaar van Amerika is geworden.

Er is iets met goed doordachte terroristische aanslagen dat ons aan het denken zou moeten zetten. Terroristen bereiken vaak hun doel omdat degenen die ze willen treffen emotioneel, irrationeel en soms duister samenzwerend reageren op de aanval. Zoals Amerika zichzelf blijvend heeft ondermijnd door de reactie op 9/11, zo zien we Israël zichzelf kapot maken sinds 7 oktober 2023. Terreur is effectief. Waar Osama Bin Laden ook moge zijn, in zijn zeegraf of in het paradijs van martelaren, hij kan tevreden zijn. We leven allemaal in een wereld van na 9/11, een wereld hij in gang gezet heeft. 

De chronische schuldencrisis van de VS

Traditioneel beginnen Amerikaanse politieke campagnes op Labor Day, de eerste maandag in september. Door het geklungel van de regering-Trump, de ondoordachte, soms ronduit ridicule uitspraken van de president en een onzinnige oorlog met Iran lijken de Republikeinen daaraan slecht te beginnen. Er komt een probleem bij: de VS heeft te maken met een schuldencrisis. De Financial Times noemt het een chronische crisis.

Door Trumps beleid is de inflatie flink aan het stijgen. Daarnaast loopt het begrotingstekort nu toch echt uit de klauwen, het is inmiddels een niet vol te houden zes procent. Daardoor is de Amerikaanse staatsschuld opgelopen tot 40.000 miljard dollar, nooit vertoond buiten oorlogstijd. Het kost steeds meer om dat exploderend tekort te financieren: meer dan twintig procent van de belastinginkomsten gaat naar de betaling van rente op die schulden. Om dat allemaal te financieren moet de minister van Financiën staatsleningen uitgeven, maar ja, die zijn minder aantrekkelijk geworden en dus moet het land een premie betalen.

Natuurlijk is die onbezonnen oorlog met Iran een factor, maar historisch gezien zit de belangrijkste reden voor begrotingstekorten niet aan de uitgavenkant. Het probleem zijn steeds weer de inkomsten. De overheidsuitgaven stegen van 15,5 procent van het Bruto Nationaal Product in 2000 tot 19,9 nu. De overheidsinkomsten daarentegen daalden van 20 procent van het BNP in dezelfde periode tot 17,2 procent nu.

Het echte structurele probleem zijn de Republikeinen. Zij maken altijd een punt maken van begrotingstekorten, ze verwijten de Democraten hun hoge uitgaven en roepen om begrotingsdiscipline. Ze voeren er altijd campagne op en niet zonder succes. Amerikanen hebben een hekel aan belastingen, je kunt ze er altijd op aanspreken.

Maar in praktijk zijn het altijd de Republikeinen die tekorten veroorzaken door hun belastingverlagingen voor de rijken en ondernemingen. Donald Trump en zijn volgzame partij passen in een lange traditie. Het argument dat Republikeinen aanvoeren om belastingen te verlagen, namelijk dat ze hoge economische groei opleveren, is een leugen. Ga maar na: nooit groeide de Amerikaanse economie meer dan in de jaren vijftig en zestig, toen inkomens- en vennootschapsbelasting buitengewoon hoog was.

In de jaren zestig maakte president Kennedy een voorzichtig begin met het verlagen van de hoogste schijven, maar de anti-belastingbeweging (of beter: de anti-overheidsbeweging) kwam pas tot volle wasdom met Ronald Reagan. Hij kwam naar Washington om de overheid te verkleinen. Dat deed hij niet, wel verlaagde hij de belastingen voor de hoogste inkomens. Mede door de economische crisis van begin jaren tachtig liepen de tekorten snel op. Alleen was Reagan meer een pragmaat dan een ideoloog en hij verhoogde die belastingen weer toen het nodig was, zij het lang niet genoeg.

Nog los van de neoliberale trend die toen ingang vond en alle overheid wilde verminderen, deed de theorie opgeld dat als je de belastingen verlaagde de economie zo werd gestimuleerd dat de daardoor gegeneerde extra groei juist tot meer belastingopbrengsten zou leiden – de toen befaamde Laffer curve die dat liet zien. Daarnaast betoogde supplyside economics dat lagere belastingen, minder regulering en vrijhandel de sleutel waren tot groei en zo zichzelf zouden betalen. Het klinkt ongelooflijk, het was ook ongelooflijk. Het was een Republikeinse wensdroom, of, zo u wilt, een lang volgehouden leugen.

De tekorten stegen enkel maar. Pas in het eerste jaar van president Clinton werd er wat aan gedaan. Het werd hem afgedwongen, dat wel, en het frustreerde Clintons agenda, maar de Republikeinen die toen nog hamerden op de tekorten, kregen hun zin. Mede door het einde van de koude oorlog en door de bloei van de tech industrie leverde Clinton in 2000 een begroting af die in evenwicht was. Een ongekend fenomeen.

Het was niet besteed aan de Republikeinen. In 2001 greep George W. Bush (de jongere) meteen de kans aan om de belastingen voor de rijken te verlagen. Bush begon ook oorlogen in Afhanistan en Irak waarvoor hij de Amerikaanse burgers nooit de rekening presenteerde. De Republikeinen gingen gewoon hun gang. Bekend zijn de woorden van vicepresident Cheney toen hij daarop werd aangesproken: deficits don’t matter.

De belastingverlagingen van Bush, die tien jaar zouden gelden, werden in 2011 verlengd onder president Obama, maar dat werd hem opgelegd door een Republikeinse Congres. Opnieuw hadden ze liever lagere belastingen dan lagere tekorten. Het vervolg weten we ook: ondanks de tekorten verlaagde Donald Trump in 2017 opnieuw de belastingen op inkomens en voor bedrijven. De tekorten groeiden, vanaf 2021 nog versterkt door extra overheidsuitgaven door corona. Ra ra waarop de Republikeinen hamerden in 2024: juist de spilzucht van de Democraten.

In zijn tweede termijn was het eerste wat Trump deed, in zijn Big Beautiful Bill, de belastingverlagingen van 2017 permanent maken. En net als zijn Republikeinse voorganger begon ook Trump een peperdure oorlog met Iran die hij financiert met verdere tekorten. Minister Bessent van Financiën trad aan met de belofte het begrotingstekort te verkleinen. De poging van Elon Musk om de overheid te ontmantelen werd een totale mislukking en de beloofde economische groei is op zijn best twee procent, niet de beloofde drie procent.

Trump en zijn aanhangers roepen, net als de Argentijnse president (en Musk) om een kettingzaag om de uitgaven te verlagen. Juist Musk faalde faliekant. De werkelijkheid is dat er niet of nauwelijks ruimte is voor lagere overheidsuitgaven (en aan de horizon dreigt ook nog een pensioencrisis). De inkomsten moeten omhoog. Een logische eerste stap is die belastingverlagingen voor de rijken terug te draaien en de winstbelasting weer op niveau te brengen. Een vorm van vermogensbelasting, erfbelasting en het sluiten van allerlei sluipwegen om belasting te vermijden zouden ook op tafel moeten liggen.

Maar ook in de aanloop naar 4 november houden de Republikeinen vast aan hun eindeloos herhaalde mantra: minder overheid en lagere belastingen. Dat valt niet vol te houden. Minister Bressent probeert de gaten te vullen, maar zoals hij gemerkt heeft, is de geloofwaardigheid van de VS, ook op de wereldmarkten, behoorlijk afgenomen. Hopelijk krijgen de Republikeinen straks ook de politieke rekening gepresenteerd.